Naar Archief 2016                                                                                                Naar Archief 2015

Recht op veiligheid en aardbevingen.
De meeste politici wonen toch niet in de buurt.

In de behoeftepiramide van de wereldberoemde psycholoog Abraham Maslow prijkt veiligheid op de tweede plaats. Alleen voedsel, drinken, slaap en andere lichamelijke noden staan hoger. De sterke behoefte aan veiligheid verklaart waarom we bereid zijn miljarden te investeren in het bestrijden van de gevaren die onze samenleving bedreigen.

Het behoefteschema verklaart niet hoe we de bestrijding van gevaren prioriteren. Waarom we afdoende maatregelen nemen tegen terreurdreiging en geen adequate maatregelen nemen tegen aardbevingen. Die afweging vloeit voort uit het gevoel van veiligheid van beleidsmakers. Een terroristische aanslag wordt sinds ons eigen Charlie Hebdo drama – de moord op Van Gogh – door iedereen als een reële bedreiging ervaren, een aardbeving door slechts enkele politici. Verreweg de meesten wonen immers niet in de buurt van Groningen. Van de huidige ministersploeg zelfs niemand. En van de in totaal 150 volksvertegenwoordigers komen er slechts drie uit Groningen.

Recht op veiligheid en aardbevingen-1

Dat de gevolgen van een aardbeving die van een terreurdaad in ernst en omvang vele malen kunnen overtreffen – bijvoorbeeld als een zeedijk doorbreekt of als een zware beving een dichtbevolkt gebied treft – speelt tot nu toe nauwelijks een rol in de politieke afwegingen. Dat staat althans in het concept-rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De achtereenvolgende ministers van Economische Zaken blijken slechts oog te hebben gehad voor eng gedefinieerde economische belangen. Zou het dan misschien zinvol zijn om een recht op veiligheid in de Grondwet op te nemen? Vlak vóór de eeuwwisseling was daarvan sprake. Het voorstel kon echter niet op voldoende steun rekenen in het parlement. Volgens meerdere rechtswetenschappers had het codificeren van een zodanig recht geen toegevoegde waarde. De overheid zou veiligheid ook zonder een expliciet recht de hoogste prioriteit moeten geven. In de garantie op veiligheid schuilt de raison d'être van een staat. Maar als bestuurders die basisregel met voeten treden kan een gecodificeerd recht op veiligheid de rechter toch houvast bieden, stel ik daar tegenover. Daarom is maar het goed dat het recht op veiligheid in tal van ons land bindende verdragen staat.

Recht op veiligheid en aardbevingen-2

De meeste bescherming biedt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat verdrag kent een eigen toezichthouder: het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Dit Hof kan dwingend vaststellen of het leven van mensen of hun woning gevaar loopt . Het is daarom van belang dat ook individuele burgers opkomen tegen het winningsbesluit van de Minister van Economische Zaken. Eerlijk gezegd denk ik – misschien tegen beter weten in – dat het zo ver niet zal komen. Volgens mij gaat de minister terugkomen op zijn besluit om de productie van gas met slechts zeven procent te verminderen. De huidige minister is er voldoende van doordrongen dat de veiligheid van de Groningers niet gewaarborgd is bij zo'n geringe reductie. Hij zal proberen recht te doen aan de Mijnbouwwet. En die schrijft expliciet, dwingend en onomwonden voor de veiligheid voorop te stellen bij het nemen van een winningsbesluit.

Recht op veiligheid en aardbevingen-3

Stopzetting van de pompen in het Groninger veld, zal echter vooral op verzet van de Minister van Financiën stuiten. Het begrotingstekort zal immers flink buiten de Europeesrechtelijk toegestane oevers treden. De aardgasbaten vormen zes procent van de begroting. Hoe die minister dan over de streep te trekken? Een mogelijk extra argument schuilt in het wetsvoorstel 'Opheffing strafrechtelijke immuniteiten publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers' dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt. Die wet moet het mogelijk maken ambtenaren en zelfs ministers strafrechtelijk ter verantwoording te roepen voor laakbaar gedrag.

Het Europese Hof verplicht lidstaten van de Raad van Europa hiertoe. Dat is het gevolg van een zaak over een gasramp in Turkije waarbij 39 mensen omkwamen. De casus vertoont sterke verwantschap met de Groningse: de Turkse overheid liet na veiligheidsmaatregelen te nemen, ondanks rapportages waarin voor de levensbedreigende situatie werd gewaarschuwd.

Bron: J.G. Brouwer via www.openbareorde.nl. (27 februari 2015) foto toestel Archief